Natuurontwikkeling

Charter

De wijk integreert de aanwezigheid van de natuur in haar territoriale, structurerende, landschappelijke, functionele, evolutieve, sociale en gezondheidsdimensie.

Quickscan

De natuur kan verschillende functies vervullen. In een wijkproject kan ze aanwezig zijn binnen zes complementaire dimensies:

  • De territoriale dimensie, die de site verbindt met de verschillende netwerken (groen, blauw, speelnetwerk…) en tot doel heeft verbindingen tot stand te brengen op het niveau van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en daarbuiten;
  • De structurerende en landschappelijke dimensie, waardoor de natuur geïntegreerd wordt in de algehele samenstelling van de wijk;
  • De functionele dimensie, die de ecosysteemfuncties van de natuur in de praktijk brengt (‘hitte-eilandeffect’, waterinfiltratie, biodiversiteit…);
  • De evolutieve dimensie, die rekening houdt met de groei (of afname) van de natuur in alle stadia van het wijkleven;
  • De sociale dimensie, waarbij de natuur een openbare ruimte, een plaats van sociale interactie, een recreatiegebied of zelfs een stedelijk landbouwgebied wordt;
  • De gezondheidsdimensie, die bijdraagt tot het welzijn en de gezondheid van de gebruikers.

En bovendien kan de natuur kan door haar vertaling in een kwalitatieve groene ruimte de aantrekkelijkheid van de wijk vergroten!

NAT 01 - Leidt de kennis van de natuurlijke elementen tot gedeelde winsten?

De natuur is een van de uitgangspunten voor de indeling van een wijk. Door vanaf het prille begin van het project rekening te houden met de uitdagingen en mogelijkheden van de natuur, kan de wijk bijdragen tot een betere toegankelijkheid van natuur voor de Brusselaars, tot de creatie van een aangenaam Gewest en leefomgeving en tegelijkertijd een extra schakel worden in het gewestelijke groene netwerk.

NAT 01 - Leidt de kennis van de natuurlijke elementen tot gedeelde winsten?

NAT 01.01 - Houdt het project rekening met de natuurlijke context waarvan het deel uitmaakt?

Ambitie: De territoriale (meso- en macronetwerken) en intrinsieke (natuur op microniveau) dimensies van de natuur integreren in de elementen waarmee rekening moet worden gehouden bij het ontwerp van de wijk.

De territoriale dimensie van de natuur komt tot uiting in de gewestplannen. Met het oog op de integratie hiervan, hebben onderling verbonden groene ruimtes een veel grotere impact (in alle domeinen) dan een veelheid aan gefragementeerde kleine vegetatiegebieden. Als deze gebieden niet direct naast elkaar liggen, kunnen discontinue groene ruimten een verbindende rol spelen, volgens het stepping stones-principe.

Een goed begrip van de bestaande plantstructuur, op globale schaal van het project en daarbuiten, helpt om de rol ervan op alle niveaus te versterken.

NAT 01.02 - Brengt de analyse de sterke en zwakke punten op vlak van natuurontwikkeling aan het licht?

Ambitie: De bestaande structuren evalueren, zodat met kennis van zaken rekening kan worden gehouden met de natuurlijke dimensie.

De identificatie van de sterke en zwakke punten op het gebied van natuurontwikkeling vormt een interessant uitgangspunt voor het definiëren van de types groene ruimtes binnen de wijk (fytosanitaire toestand, structuur…). Door rekening te houden met de natuurlijke dimensie kan de natuur dus verder worden ontwikkeld en een prominentere rol gaan spelen in de inrichting.

Door verschillende soorten ruimtes te creëren kan de natuurlijke dimensie tegemoetkomen aan de huidige en toekomstige behoeften van de lokale fauna en flora (overgangsruimten, verbindingsruimten, broedplaatsen, voortplantingsplaatsen, toevluchtsoorden…). Deze rollen worden ge(her)definieerd in de loop der tijd, naarmate de wijk vordert en de natuur evolueert. Het begrip natuur houdt dus ook een tijdsdimensie in.

NAT 02 - Zet het project de 'natuur'-strategie om in een kwaliteitsconcept?

De natuur opnemen in de open ruimte en het ontwerp van de gebouwde ruimte om biotopen en ecosystemen te creëren die kunnen bijdragen aan de kwaliteit en de veerkracht van de wijk.

.

NAT 02 - Zet het project de 'natuur'-strategie om in een kwaliteitsconcept?

NAT 02.01 - Worden er kwalitatieve ecosystemen gerealiseerd?

Ambitie: Efficiënte ecosystemen ontwikkelen om de bestaande omstandigheden te verbeteren en om de ecologische en landschappelijke kwaliteiten in de wijk te verborderen.

De kwaliteit van de ecosystemen is gebaseerd op een veelheid aan criteria: oppervlaktepermeabiliteit, aanwezigheid van planten, zonneschijn en schaduw, rust, verbinding van de verschillende structuren… De te vervullen ecosysteemfuncties zijn immers van verschillende aard. Zo zijn er regulerings- (klimaat, water, lucht, bodem, ziekte, reproductie enz.), ondersteunings- (stikstof- en koolstofcyclus), productie- (voedsel enz.) en cultuurfuncties (inspiratie, leefbaarheid, nut, welzijn, onderwijs, vrije tijd, ecotoerisme enz.). De kwaliteit van de ecosystemen ligt er vooral of ze veel habitats voor fauna en flora bieden (meer of minder menselijk contact, open ruimtes, beboste ruimtes, gecultiveerde ruimtes, beplante ruimtes, natte ruimtes, daken en gevels…). Diversiteit bevordert de ontwikkeling van biodiversiteit en draagt bij tot het creëren van veerkrachtigere ecosystemen.

Bij het ontwerpen van nieuwe milieus kan één van de pistes erin bestaan natuurlijke processen te bevorderen en corrigerende maatregelen voor te stellen om mogelijke onevenwichtigheden in ecosystemen te beperken. De keuze van de soorten die worden geplant is dan ook niet onbelangrijk. Het opzetten van mechanismen en habitats voor fauna en flora kan worden geoptimaliseerd door middel van verschillende onderdelen van de wijk. De geïmplementeerde ecosystemen kunnen zo bijdragen aan het creëren van een kwaliteitsvolle natuur in de stad. De krachitgheid waarmee deze doelstelling kan worden bereikt is sterk afhankelijk van de context waarin de wijk zich ontwikkelt.

NAT 03 – Creëert de wijk een maatschappelijke meerwaarde gekoppeld aan de groene ruimtes?

Ambitie: Groene ruimten ontwerpen om tegemoet te komen aan een verscheidenheid aan gebruiksmogelijkheden en behoeften, en zo bij te dragen aan de sociale cohesie en het welzijn van de gebruikers.

Groene ruimtes zijn vaak ontmoetingsplekken, die gebruikers zich toe-eigenen. De positieve effecten van de natuur beperken zich dus niet alleen tot het creëren van efficiënte ecosystemen: het biedt ook een maatschappelijke meerwaarde, buiten de groene ruimte zelf. Door een aantrekkelijke omgeving aan te bieden in termen van leefbaarheid, nut, welzijn, ontspanning enz., bevorderen groene ruimtes de sociale cohesie.

Tot slot kan het collectieve beheer van de ruimtes er een door de gebruikers toegeëigende plaats van maken, waardoor het gevoel van samenhorigheid en de menselijke uitwisselingen in de wijk worden versterkt.

Ecologische inrichtingen dragen ook bij aan het landschap en spelen daarom een educatieve rol bij het begrijpen van het begrip ecologie, het observeren van de cycli en van de seizoenen.

NAT 03 – Creëert de wijk een maatschappelijke meerwaarde gekoppeld aan de groene ruimtes?

NAT 04 - Is de werf duurzaam op vlak van natuurontwikkeling?

Ambitie: De natuur een voorsprong geven in de inrichting van de wijk, om zo haar aanwezigheid voor en tijdens de bouwplaats te bestendigen.

De werf is een belangrijke stap in het project, vooral wat betreft de inachtneming van de natuurlijke omgeving. De anticipatie op en voorbereiding van deze inachtneming, met name in de fase van het bestek, dragen bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen en de aanvaarding van het project door de plaatselijke bevolking. Het uitvoeren van werkzaamheden met respect voor en bescherming van de bestaande natuur vereist soms specifieke technieken:

  • De begeleiding door een ecoloog kan een toegevoegde waarde hebben bij het beheersen van deze technieken.
  • Ook worden best overlegvergaderingen georganiseerd tussen de ecoloog, de werfleiders en het veldpersoneel.

Groene ruimtes kunnen soms onderwerp zijn van tijdelijke inrichtingen die zich richten op de toekomstige gebruikers, bijvoorbeeld in de vorm van moestuinen, speeltuinen, ontmoetingsplaatsen of zelfs tijdelijke kwekerijen… De toe-eigening van de (toekomstige) wijk wordt bevorderd als delen van het gebied waarop de werf betrekking heeft toegankelijk kunnen blijven (groene ruimtes), maar ook door het creëren van groene en mobiliteitsverbindingen.

NAT 04 - Is de werf duurzaam op vlak van natuurontwikkeling?

NAT 05 – Wordt het beheer van de groene ruimtes op lange termijn op coherente wijze verzekerd?

Ambitie: De aanvankelijke ambities en de verschillende rollen van de natuur in stedelijk gebied op lange termijn bestendigen door de implementatie en uitvoering van een passend beheersplan.

Door de toepassing van een beheersplan kunnen de ambities voor de lange termijn in stand worden gehouden en kan er mede voor worden gezorgd dat de gewenste ecologische en landschappelijke kwaliteit wordt bereikt. Ecologisch beheer wordt gemakkelijker (en economischer) in de praktijk gebracht als het van in het begin mee bedacht werd bij het ontwerp van de ruimtes. Door een uitwisseling tussen ontwerpers en beheerders te organiseren vanaf de start van het ontwikkelingsproces, waarbij ontwerpers worden aangemoedigd om de beheervereisten te integreren, zal er op lange termijn worden bijgedragen aan het behoud van de oorspronkelijke ambities, dit omdat hun uitvoeringsvoorwaarden in rekening werden gebracht.

NAT 05 – Wordt het beheer van de groene ruimtes op lange termijn op coherente wijze verzekerd?

Memento

Memento