Fysieke omgeving

Charter

De wijk streeft naar een zuinig en efficiënt grondgebruik en een beperking van de fysische effecten op de levenskwaliteit (bodem, lucht, geluid, warmte, wind, geur, ...).

Quickscan

De stad, haar dichtheid en haar organisatie kunnen een impact hebben op het milieu. Fysieke elementen als bodemverontreiniging, thermisch comfort, luchtkwaliteit, luchtbewegingen, visueel comfort, akoestisch en magnetisch comfort enz. werken in op het levenscomfort, maar ook op de gezondheid van de gebruikers.

Door vanaf het begin van het ontwerp rekening te houden met de parameters van de fysieke omgeving, is het gemakkelijker een beter niveau van fysiologisch en psychologisch comfort te bereiken.

Memento

Memento

PHY 01 - Houdt het project rekening met de fysieke omgeving waarvan het deel uitmaakt?

Ambitie: De beperkingen kennen om beter te kunnen handelen!

De studie van de bestaande situatie en diens moeilijkheden, is een uitgangspunt voor een goede afweging van de fysieke omgeving in het ontwerp van de wijk. Een eerste transversale aanpak kan een globaal zicht geven op de begintoestand op het terrein. Deze heeft tot doel de beperkingen, maar ook het potentieel van de wijkomgeving in de verf te zetten.

PHY 01 - Houdt het project rekening met de fysieke omgeving waarvan het deel uitmaakt?

PHY 02 - Draagt de wijk bij tot een kwalitatieve intensivering van het grondgebruik?

Ambitie: Kwalitatief verdichten volgens de principes van optimaal landgebruik. Verbeteren van het milieu door bodemsaneringswerken indien nodig.

De kwalitatieve verdichting van de stad is gericht op een evenwicht tussen bebouwde en open ruimte, om elke vorm van verzadiging te vermijden. De wederopbouw van de stad op zichzelf maakt het mogelijk om de stedelijke wildgroei te beperken. Met name dankzij het beheer van de verticale mix, de mede-eigendom en de beperking van de bebouwde oppervlakte maakt de compacte stad open ruimten vrij voor andere gebruiksvormen. De zo vrijgekomen ruimte kan een rol spelen bij het beperken van de impact op de fysieke omgeving.

De kwaliteit van de bodem wordt over het algemeen al in een vroeg ontwerpstadium beoordeeld. De behandeling van bodemverontreiniging kan worden gekalibreerd door het project ruimtelijk te moduleren, met name wat betreft de geplande bestemmingen, de locaties ervan en de implementatie van saneringsoplossingen.

PHY 02 - Draagt de wijk bij tot een kwalitatieve intensivering van het grondgebruik?

PHY 03 - Wort de fysieke impact van de wijk op het milieu tot een minimum beperkt?

De impact op de fysieke omgeving kan worden beperkt door een ontwerp en ruimtelijke organisatie die het thermische en visuele comfort van de gebruikers garandeert, anticipeert op omgevingsluchtstromen, het ademhalingscomfort bevordert, het akoestische comfort maximaliseert, de blootstelling aan magnetische velden vermindert…

PHY 03 - Wort de fysieke impact van de wijk op het milieu tot een minimum beperkt?

PHY 03.01 - Zorgt de wijk voor thermisch comfort?

Ambitie: De bebouwde en open ruimte oriënteren om een verscheidenheid aan omgevingen met verschillende temperaturen te bieden die oververhitting in de zomer en extra koude in de winter voorkomen.

De inplanting van de bebouwde en open ruimte kan voor een zo bioklimatologisch mogelijk ontwerp zorgen: meer licht in de winter en frisheid in de zomer, een verscheidenheid aan schaduwrijke en zonnige gebieden, afkoeling door de wind of bescherming tegen koude wind, relatie met de natuur, met de lucht of beschutte ruimtes…

Thermisch comfort in een wijk is afhankelijk van hoe de wijk in dat opzicht door de seizoenen heen is bedacht. Door geen beroep te doen op koelsystemen kan de oververhitting in de stad mede worden aangepakt.

Ook het gebruik van materialen of kleuren met een hoog reflecterend vermogen (albedo) moet worden overwogen, evenals het gebruik van vegetatie en water in de openbare ruimte, die schaduw, frisheid en bescherming tegen de wind bieden.

PHY 03.02 - Bevordert de wijk de luchtkwaliteit?

Ambitie: Bijdragen aan de stedelijke luchtkwaliteit door de auto een minder prominente plaats te geven, door open ruimte te organiseren zodat de stad kan ademen en vervuilende stoffen afgevoerd kunnen worden, door functies te oriënteren op basis van hun gevoeligheidsniveau.

Er zijn verschillende benaderingen mogelijk om bij te dragen tot een betere luchtkwaliteit in de wijk en op gewestniveau.

Ten eerste moet het probleem worden aangepakt aan de bron door het aantal motorvoertuigen te verminderen en ze trager te laten rijden. Idealiter moeten de functies van de wijk worden gelokaliseerd op basis van de vervuilingsbronnen: het is raadzaam om gevoelige functies, zoals woonwijken of scholen, uit de buurt te houden van belangrijke vervuilingsbronnen zoals hoofdwegen. Ook industriële of luchtkwaliteitsbeïnvloedende gebieden zouden idealiter benedenwinds ten opzichte van woonwijken moeten liggen, of ten minste in configuraties die de afvoer van de luchtstroom optimaliseren. Ten slotte is er nog de bevinding dat de ontwikkeling van de groene en blauwe netwerken ook bijdraagt tot de luchtkwaliteit.

De laagst gelegen topografische gebieden moeten in de planningsfase zoveel mogelijk als natuurlijke corridors worden behouden, zodat frisse en gezonde lucht de stad kan binnendringen en de verspreiding van verontreinigende stoffen wordt bevorderd.

PHY 03.03 - Beperkt de wijk de windhinder?

Ambitie: De stedelijke morfologie bedenken in relatie tot de luchtstromen om aerodynamische hinder te beperken.

Door na te denken over de impact van de wind op de wijk kan het risico op verstoringen van de luchtstroming tot een minimum worden beperkt, bijvoorbeeld door de indeling te oriënteren en de morfologie van de gebouwen aan te passen. Deze optimalisatie heeft tot doel oncomfortabele aerodynamische hinder voor gebruikers van de openbare ruimte (versnelling, concentratie van luchtstromen enz.) te beperken en tegelijkertijd een goede ventilatie van de wijk mogelijk te maken (zorgen voor een betere luchtkwaliteit, voorkomen van de vorming van hitte-eilanden enz.).

PHY 03.04 - Zorgt de wijk voor visueel comfort?

Ambitie: De natuurlijke lichtinval in de wijk maximaliseren. Lichtvervuiling minimaliseren.

De ligging, oriëntatie en indeling van de gebouwen bepalen het zonnepotentieel van de site. De diffuse of indirecte component mag niet worden verwaarloosd: in stedelijke situaties draagt reflectie op gebouwen bij aan een belangrijk deel van het licht in de open ruimte. Deze diffuse component is ook belangrijk bij afwezigheid van direct licht zoals bij bewolkte hemels.

Het begrip lichtvervuiling verwijst naar situaties waarin niet enkel de te verlichten ruimten worden verlicht maar ook de hemel en/of ruimtes errond. Naast energieverspilling kan het ook de verstoring van de slaap van de bewoners en de lokale fauna en flora tot gevolg hebben. Een reflectie over de oriëntatie, hoogte en timing van de verlichting helpt om deze ongemakken zoveel mogelijk te beperken.

PHY 03.05 - Zorgt de wijk voor akoestisch comfort?

Ambitie: Rekening houden met bestaande en verwachte bronnen van geluid en trillingen in de organisatie van de wijk en in de indeling en de volumetrie van nieuwe gebouwen. Maatregelen nemen om eventuele overlast te compenseren.

Het stellen van een akoestische diagnose door bestaande en potentiële geluidsbronnen te identificeren en te anticiperen op geluidsevolutietrends kan helpen om de wijk en de organisatie ervan optimaal in te richten. Het doel is conflictsituaties tussen de verschillende gebruiksmogelijkheden binnen de wijk te voorkomen en de wijk te beschermen tegen externe geluidsbronnen.

De identificatie van risicosituaties vergemakkelijkt preventieve, corrigerende of compenserende maatregelen. Aan maatregelen geen gebrek op wijkniveau: geluidsreductie (bv. verkeerslawaai), verwijdering/verplaatsing van de bronnen, groepering van geluidsarme functies, hiërarchisering van gebieden op basis van hun blootstelling aan en gevoeligheid voor lawaai, gebruik van absorberende materialen en bekledingen, toepassing van stille apparatuur en technieken, indeling van gebouwen met als doel om stille binnenterreinen van huizenblokken te creëren door extern geluid te blokkeren, het creëren van afscherming om onaangename geluiden af te dekken door een meer geapprecieerd geluid…

PHY 03.06 - Beperkt de wijk de blootstelling aan magnetische velden uitgezonden door elektrische installaties?

Ambitie: De elektromagnetische vervuiling en de mogelijke gevolgen daarvan voor de gezondheid beperken.

De gezondheidsrisico’s van magnetische velden kunnen op zijn minst tot een minimum worden beperkt door voldoende afstand te houden tussen gebieden met een intensief gebruik (en in het bijzonder woningen) en statische transformatoren. De elektromagnetische blootstelling in gebouwen tot een minimum beperken is in deze zin wenselijk.

PHY 04 - Is de werf duurzaam voor de fysieke omgeving?

Ambitie: Rekening houden met en optimaliseren van de aspecten tijdens de werf.

Aan de hand van een monitoring kan de impact van de bouwplaats op de fysieke omgeving worden beheerst, vooral wat betreft het energie- en waterverbruik en het transport als gevolg van alle betrokken bouwprocessen…

Er kunnen ook maatregelen worden genomen om de mogelijke ongemakken die door de bouwplaats worden veroorzaakt en de gevolgen daarvan te beperken. In het bijzonder door de afvloeiing tot een minimum te beperken om de vervuiling van oppervlaktewater en bodems te voorkomen, waardoor bodemverplaatsingen die stof genereren, licht- en luchtvervuiling, lawaai en trillingen… zoveel mogelijk worden beperkt. Zo is het bv. mogelijk om de meest lawaaierige activiteiten tijdens de dalperiodes van het jaar te plannen en de doorgang van zware vrachtwagens in woonwijken zoveel mogelijk te vermijden.

PHY 04 - Is de werf duurzaam voor de fysieke omgeving?

PHY 05 – Staat het wijkbeheer toe de gebruikers te informeren en sensibiliseren m.b.t. hun fysieke omgeving ?

Ambitie: Milieuaspecten zichtbaar maken en uitleggen aan de bewoners en gebruikers van de wijk.

De verstedelijking, vooral in een dichtbevolkte omgeving, schept afstand tussen de fysieke omgeving en de gebruikers. Door informatie en bewustmaking m.b.t. de zwakke punten ervan kunnen de gebruikers zich praktijken eigen maken die zijn aangepast aan hun context. Verschillende soorten didactische elementen kunnen deze bewustmaking een handje toesteken: inzetten van service- en onderhoudsmethodes die minder schadelijk zijn voor de atmosfeer, het aanbieden van een gebruikersgids aan bewoners om hen te helpen hun gedrag aan te passen, het opzetten van een stadsmonitoring enz.

PHY 05 – Staat het wijkbeheer toe de gebruikers te informeren en sensibiliseren m.b.t. hun fysieke omgeving ?