Energie

Charter

De wijk geniet van een geoptimaliseerde bioklimatologische strategie, die hernieuwbare energiebronnen integreert.

Quickscan

Het Brussels Gewest staat voor grote uitdagingen op milieugebied. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, wil ze met name haar energieverbruik, en dan in het bijzonder dat van gebouwen, verminderen. Drie werkpistes worden in dit verband beschouwd:

  • eerst en vooral de vermindering van de energiebehoefte op wijkniveau, in het bijzonder door een optimaal bio-klimatologisch ontwerp,
  • vervolgens het tot een minimum beperken van de vraag naar energie voor collectieve gebouwen en infrastructuren,
  • tot slot, de opwaardering van de gebruikte hulpbronnen door de inzet van hernieuwbare energiebronnen. Waar nodig kan als aanvulling hierop op een energie-efficiënte en schone manier een beroep worden gedaan op niet-hernieuwbare fossiele energiebronnen.

Om het ambitieniveau realistisch en haalbaar te houden, kan dankzij een kosten-batenanalyse het beschikbare bouwbudget al in de ontwerpfase worden gekoppeld aan een energieambitie. De uitvoering van de analyse moet -indien mogelijk- de levensduur van het gebouw in acht te nemen (met name de beheerskosten).

Ook het beheer van de werf en het beheer van de wijk kunnen volgens deze specifieke aspecten worden benaderd.

Memento

Memento

ENE 01 – Is het energiepotentieel van de bestaande context onderzocht?

Ambitie: Kennis nemen van de omgevingsfactoren die van invloed kunnen zijn op de energiestrategie.

De ligging van de wijk en de milieufactoren waaraan deze wordt blootgesteld, hebben een beslissende invloed op de uitwerking van de energiestrategie van het project: benutbare energiebronnen in de buurt (bestaande netwerken, naburige functies…), potentieel voor de inzet van hernieuwbare energiebronnen (zonne-, geothermische, aerothermische, riothermische enz.). Analyse van de mogelijkheden en beperkingen van de bestaande omgeving laat toe om in die richting te gaan.

ENE 01 – Is het energiepotentieel van de bestaande context onderzocht?

ENE 02 – Is de wijk bioklimatologisch ontworpen?

Ambitie: Organiseren van de open en bebouwde ruimte, rekening houdend met de omgevingsfactoren om zo de energiebehoefte tot een minimum te beperken.

Een bioklimatisch ontwerp houdt rekening met omgevingsfactoren om maximaal in te zetten op het comfort van de gebruiker en om de uiteindelijke energiebehoefte te verminderen, binnen een realistisch budget. Aan de hand van een optimale afstemming tussen de morfologie van de open en bebouwde ruimte, hun oriëntatie en de inplanting van de gebouwen kunnen zonnewinsten in de winter worden geoptimaliseerd, kan het risico voor oververhitting in de zomer worden beperkt, wordt de vraag naar elektriciteit voor kunstlicht tot een minimum beperkt en wordt het potentieel van hernieuwbare energieën ten volle benut…

ENE 02 – Is de wijk bioklimatologisch ontworpen?

ENE 03 – Beperkt het wijkproject de energievraag tot een minimum?

Ambitie: De energiebehoeften van de open en bebouwde ruimte en de energiebehoeften van collectieve technische infrastructuren tot een minimum beperken.

De energievraag in de wijk kan laag worden gehouden dankzij energiezuinige open en bebouwde ruimtes en infrastructuren. Dit is mogelijk, enerzijds door het ontwerp van efficiënte gebouwde ruimtes (met name de isolatie van bestaande gebouwen), maar anderzijds ook door de manier waarop ze in de wijk passen, in relatie tot de open ruimtes. De aanwezigheid van vegetatie en oppervlaktewater kan bijvoorbeeld leiden tot een tot enkele graden lagere temperatuur, wat gunstig is voor de koeling van de omliggende (bebouwde) ruimte (microklimaateffect). Voor de wijk is het optimaliseren van de energiebehoeften van collectieve technische infrastructuren een interessante hefboom, in het bijzonder wat betreft mobiliteitssystemen, buitenverlichting, eventuele ventilatiesystemen, gravitaire afvoer van regenwater en afvalwater, enzovoort.

Bij het ontwerp op wijkschaal is het ook interessant om de uitwisseling van energiestromen tussen de verschillende functies te maximaliseren om zo de vraag tot een minimum te beperken.

ENE 03 – Beperkt het wijkproject de energievraag tot een minimum?

ENE 04 – Optimaliseert het project de hulpbronnen die op wijkniveau worden verbruikt?

Ambitie: Voor de energievraag die nog rest na het minimaliseren van de energiebehoefte, in de eerste orde opteren voor hernieuwbare energiebronnen en in tweede orde kiezen voor een gepast gebruik van niet-hernieuwbare energiebronnen.

De vraag naar energie wordt zoveel mogelijk gedekt door hernieuwbare energie. Deze kan worden geproduceerd uit verschillende bronnen zoals fotovoltaïsche panelen, windturbines, geothermische, aerothermische, riothermische energie, enzovoort.

Als laatste redmiddel kan het gebruik van fossiele brandstoffen ingezet worden voor de restvraag. Dit gebruik wordt dan tot een strikt minimum beperkt, dankzij een passend ontwerp van de gebruikte bronnen.

ENE 04 – Optimaliseert het project de hulpbronnen die op wijkniveau worden  verbruikt?

ENE 05 - Doet de werf het goed op energievlak?

Ambitie: Bewaken en beperken van het energieverbruik tijdens de werffase.

De energie die nodig is om de site voor te bereiden op de bouw, de uitvoering van infrastructuurwerken en de te bouwen gebouwen, kan tot een minimum worden beperkt. Dit omvat het gebruik van energie-efficiënte gereedschappen en motoren, de optimalisatie van het verlichtingssysteem, een monitoring van het energieverbruik, installaties die het ontstaan van koudebruggen vermijden enz.

ENE 05 - Doet de werf het goed op energievlak?

ENE 06 - Doet de wijk het goed op energievlak?

Ambitie: In staat zijn om de prestaties van de wijk te evalueren en aan te passen.

Hoe goed het ontwerp en de bouw van een wijk ook mogen zijn, de technieken moeten tijdens het gebruik van de wijk worden opgevolgd om de prestaties en de benutting van de investeringen te optimaliseren en zo nodig bij te stellen. De volgende elementen spelen hierop in:

  • mogelijkheid tot energiemonitoring van de gebouwen en de wijk,
  • onderhoudsgemak van de bestaande installaties,
  • sensibilisering van de gebruikers en bewoners wat betreft hun energieverbruik.
ENE 06 - Doet de wijk het goed op energievlak?